Grote belangstelling voor 6e editie Onnense winterlezingen

Je kunt het je, zo vlak voor de sluitingsdatum van het aprilnummer van de Onner Ons, nauwelijks nog voorstellen, maar nog geen maand geleden was de grote zaal van De Tiehof tot de laatste stoel en barkruk bezet. Zelfs de tafels langs de zijkanten deden dienst als zitplaats.

Nu trekken de winterlezingen altijd wel flink wat belangstelling, maar dit keer was de toeloop wel heel groot. Vanaf dinsdagochtend begonnen de aanmeldingen binnen te stromen en dat ging tot woensdagavond door. Pas in de loop van woensdag hoorde ik waardoor dat kwam. Een uitgebreid artikel in het Dagblad van het Noorden met een grote foto van een bever lokte vele belangstellenden, ook van diep uit Drenthe, naar Onnen.

‘Volle bak’ bij de winterlezingen in De Tiehof op 4 maart (foto Lucas Lambers).

Toen uiteindelijk iedereen toch een plekje bemachtigd had, nam Johan Bos zijn gehoor mee in zijn boeiende presentatie over zijn jarenlange onderzoek aan roofvogels in Groningen. Dat doet hij als vrijwilliger voor de Werkgroep Roofvogels Nederland, voor SOVON en het Vogeltrekstation, waar zijn ringgegevens verwerkt worden.

Groningen heeft, landelijk gezien, een soortenrijke roofvogelbevolking. Negen soorten (waaronder Buizerd, Havik, Sperwer, Torenvalk en Grauwe kiekendief) broeden regelmatig in de provincie. En misschien mogen we de zeearend hier ook al wel toe rekenen. De Rode wouw en de Steppenkiekendief zijn uiterst zeldzame broeders.

Bij het onderzoek aan roofvogels gaat het om antwoorden te vinden op vragen als: hoe leven ze, waar broeden ze, gaat het de soort voor de wind of niet en waar komt dat door? Johan liet al deze aspecten aan bod komen aan de hand van zijn veldwerk aan een van zijn favoriete soorten, de Sperwer. Daarbij betrok hij ook regelmatig de zaal. Duidelijk werd dat je gespitst moet zijn op sporen die duiden op de aanwezigheid van een broedpaar (ruiveren, prooiresten en uitwerpselen). Om te weten of ze met succes een broedsel groot brengen, moet je ook goed in bomen kunnen klimmen. En met een metaaldetector zoek je de ringetjes van de aangevoerde prooien op. Tot voor enkele jaren nam het aantal sperwers in de provincie toe door bosuitbreiding en was de stand nog nooit zo hoog. Maar sinds twee jaar lijkt de groei eruit en is zelfs (lokaal) sprake van achteruitgang.

Hij besloot zijn presentatie met een intrigerend verhaal over zijn speurtocht naar een, aanvankelijk mogelijk, broedgeval van de Wespendief in het Noordlaarder bos. Om te ontdekken waar deze mysterieuze roofvogel, die ten zuiden van de Sahara overwintert en alleen in de zomer in onze contreien leeft, zijn nest heeft, moeten je uren vanuit een boomtop zicht hebben over het bos. Maar het opgebrachte geduld beloonde zich met het vaststellen van het eerste geslaagde broedgeval in Groningen in 2017. Inmiddels staat de teller op vijf en kan de Wespendief ook tot de regelmatige broedvogels van Groningen gerekend worden.

Johan Bos met twee jonge, net geringde Wespendieven (foto Erik Bazuin).

Na de pauze liet Jan Beekman, rayonbeheerder Groninger Landschap Zuidlaardermeergebied, zien hoe de zoogdierfauna van het Hunzedal is veranderd sinds de inrichting van de Onner- en Oostpolder als noodwaterbergingsgebied. Een groot deel van het gebied is daardoor van landbouwgebied natuur geworden. Het beheer daarvan is deels gericht op moerasvorming. In andere delen van het gebied is een zo rijk mogelijke weidevogelstand de doelstelling of soortenrijk, natuurlijk grasland.

Daarbij zijn inundatie van de zomerpolders langs het Drentse diep en begrazing door runderen (o.a. Schotse hooglanders), paarden en geiten belangrijke maatregelen.

Vervolgens liet hij de verschillende zoogdieren de revue passeren, die nu in het gebied voorkomen: maar liefst 40 soorten kun je er tegenkomen, al zijn sommige daarvan zeldzaam (geworden). Een belangrijk deel is bovendien geheel of grotendeels nachtactief, zoals de acht verschillende vleermuizen.

Behalve de drie exoten (muskusrat, beverrat en heel recent de wasbeerhond) zijn alle andere soorten altijd ‘inheems’ geweest. Maar de otter en de bever zijn in de tweede helft van de vorige eeuw uit het Hunzedal verdwenen, zowel door vervolging en slechte waterkwaliteit als verlies van leefgebied. Sinds de omvorming naar natuurgebied zijn beide soorten ook weer in het Zuidlaardermeergebied verschenen. Dat betekent dat ook voor deze belangrijke indicatoren voor hoge natuur- en milieukwaliteit de leefomstandigheden weer geschikt zijn.

Met een aantal filmpjes kregen de toehoorders een kijkje in het leven van deze bijzondere soorten. Deze filmpjes zijn nog eens te bekijken op de website van Het Groninger Landschap (www.groningerlandschap.nl/dichtbijdebever). Een informatief bericht over de rol van bevers in een natuurgebied verscheen 30 maart op NatureToday (www.naturetoday.com).

Veel langer geleden werd ook de laatste wolf gedood. Maar sinds vorig jaar duikt er af en toe weer eentje in de Onnerpolder op, zoals enkele schapenhouders ervaren hebben.

Uit verschillende reacties komt naar voren dat deze zesde editie van de winterlezingen over Natuur en landschap in en om de Onnerpolder een boeiend programma bood dat velen ook nieuwe kennis te bieden had. Dat bleek ook uit het goed gevulde melkemmertje, waarin men een vrijwillige bijdrage kon achterlaten. Er was zelfs een overschot na aftrek van de kosten, dat ten goede gekomen is aan De Tiehof.

Rest mij nog Geesje, Erik en Lucas heel hartelijk te bedanken voor het inrichten van de zaal en het verzorgen van de koffie, thee en andere drankjes, ondanks de hectiek van de grote aanloop.

Ben Hoentjen (benhoentjen@kpnmail.nl)

2 gedachten over “Grote belangstelling voor 6e editie Onnense winterlezingen

  1. Beste Ben,
    Ik was helaas verhinderd, jammer, maar het verslag op mail zeer interessant.
    Waar een klein dorp groot in is.
    Onnen leeft ook dicht bij de natuur.
    Vr. groeten Paul Dijkstra, Zuidveld.

Reacties zijn gesloten.