Geschiedenis

Onnen

5000 jaar geleden vestigden zich de eerste bewoners in Onnen. Ze troffen een gevarieerd landschap, ideaal om te wonen, te jagen, te vissen en voor de primitieve landbouw uit die tijd. Onnen ligt op de oostelijke flank van de Hondsrug, waar het zand uit de ijstijd overgaat in het veen van de Hunzelaagte. Er was voldoende zoet water, er waren bossen en de Hunze stond in open verbinding met de zee. De naam Onnen is waarschijnlijk een verbastering van Hunze: Hunne- Unne-  Unna- Onnen.

De eerste bewoners behoorden tot het ‘trechter-beker-volk’. Ze bouwden boerderijen om in te wonen en hunebedden voor het begraven van de doden. We weten dat ze in Onnen woonden, want in 1927 deed prof. Van Giffen opgravingen op de Onneres, iets ten oosten van de Onneresweg. Daarbij werden ook overblijfselen uit de steentijd –waaronder een trechterbeker- gevonden. Hier in de buurt heeft ook een hunebed gelegen. Hopelijk wordt er nog een keer archeologisch onderzoek gedaan naar dit ‘verloren hunebed van Onnen’. In de buurt van de Esweg moet ook de eerste nederzetting geweest zijn.

De Hondsrug heeft bij Onnen twee ruggen, met daartussen een laagte. Op de westelijke rug ligt de Hoge Herenweg, op de oostelijke de Onneresweg. Het hoogste punt is de ‘Fruitberg’ . Het ‘Veentje’,  direct ten oosten hiervan, ligt meer dan 3 meter lager. Het wordt ook wel ‘het ei van Onnen genoemd’. Het water bleef hier staan vanwege de keileem in de ondergrond. Het gebied stroomde over in een beekje dat via het Westerveen en het Onnerveen uitkwam in de Biks (afgeleid van ‘bits’ is ‘beekje’). De laagte herkennen we nog steeds in de knik van de Dorpsweg iets ten noorden van het Boerlandspad. De ‘Fruitberg’ is later afgegraven, net als percelen ter weerszijde van de Gieselgeer. Door de aanleg van de spoorlijn en het emplacement is de waterafvoer veranderd en zijn de weggetjes naar Glimmen verlegd.

Het dorp Onnen zoals we het nu kennen, is ontstaan op de kruising van veedriften: de Koelandsdrift, de Noordlandsdrift, de Mottenbrink/Onneresweg en het Felland. Op het kruispunt lag de ‘Tie’. Later kwamen ook de Zuiderhooidijk en nog later de Onnervaart hierop uit. De ‘Tie’ is een ‘plaats’ waar de dorpsgemeenschap vergaderde, tevens feestplaats en rechtplaats. De Tie was vaak met lindebomen omgeven. Er stond een ‘borg’ (een huis). Tijborgsteeg verwijst dus naar de borg bij de Tie. Vanaf de Tie trokken de koeien naar het ‘koeland’, de varkens naar de Mottenbrink (‘mot’ = zeug) en de schapen naar de woeste grond zoals het ‘veldland’ (=Velland=Felland). Er ontstond geleidelijk een esdorp dat in evenwicht leefde met de mogelijkheden voor landbouw en veeteelt in de directe omgeving. Met de mest uit de stallen werden essen vruchtbaar gemaakt. De Onneres ten zuiden van het dorp, maar er was toen ook een  Noordes. Aanvankelijk waren dit gemeenschappelijke gronden voor het verbouwen van rogge en haver. Later werden de essen verkaveld en ontstond er de kampen zoals we die nu nog kennen aan de westzijde van het dorp. Vanaf de middeleeuwen werd er turf gestoken in de Hunzelaagte. Geleidelijk nam het aantal boerderijen toe en kwamen er ook meer winkeltjes en ambachtlieden in Onnen, zoals een bakker en een smid. De Lageweg, het Zuidveld en de Dorpsweg werden aangelegd. Begin 20ste eeuw werd de Onnervaart en de haven gegraven. De polder werd drooggelegd. Onnen kwam tot bloei. Er kwam begin vorige eeuw een stoomzuivelfabriek ‘De Hoop” , die later uitgroeide tot de vermaarde roomijsfabriek. Er was een grasdrogerij bij de haven. Het rangeerterrein – later onderhoudsbedrijf-  van de spoorwegen op het Felland groeide uit. Er was zelfs een korte tijd een heuse paardenrenbaan op het landgoed Vogelzang. Onnen is groot geworden dankzij de landbouwers en veehouders. De prachtige boerderijen herinneren daaraan. Onnen is altijd aantrekkelijk gebleven. De eerste bewoners 5000 jaar geleden hadden het goed gezien.